Duik 901 - Zeelandbrug

Wanneer we terugkomen van onze vakantie naar Curaçao en Bonaire is de watertemperatuur in Nederland helaas nog niets veranderd. ik had gehoopt dat deze langzaam richting de 8 graden zou zijn gekropen maar dat was niet het geval. Een beetje verwend door het heerlijke 26 graden water van de Cariben wacht ik nog maar een paar weken met duiken in ons koude kikkerlandje. De eerste duik die ik hier weer maak is bij de Zeelandbrug. Vrijdag 12 april heb ik op de club even met John Knappers gesproken en de Tubelaria schijnt er mooi bij te staan. Ook worden er weer veel slakken gespot en de temperatuur is inmiddels een acceptabele 6 graden. Wanneer ik (iets te laat) aan kom op de stek, staan John, Pieter-Balt en Raymond al klaar om te water te gaan. John blijft bij de eerste pijler liggen dus die vind ik onderwater wel. Rap bouw ik mijn set op en spring ik in mijn pak. Ik heb mijn fles niet afgevuld, maar 150 bar in een dubbel 12L moet toch ruim voldoende zijn. Als ik net de set op mijn rug heb gehesen vergeet ik nog bijna mijn lood. "Niet zo gehaast joh, focus!"

Zelfs nu met springtij heb je hier een duikraam van meer dan 2 uur, tijd zat dus. Ik sjok de dijk over en loop voorzichtig de trap af. Die is nog steeds niet voorzien van looproosters en is dus spekglad. Beneden wordt ik opgehouden door een Belgisch buddypaar die er kennelijk net met een defecte automaat uit zijn geklommen. Als ik hen eindelijk voorbij ben blijkt de leuning een paar meter te kort en de afstap onzichtbaar door het troebele water. Ik ga dus maar op mijn kont zitten en schuif langzaam het water in. Met hoogwater is dit duidelijk gemakkelijker.

Wanneer ik mijn hoofd onder water steek blijkt het zicht bijzonder slecht. Veel beter dan 50 cm is het niet, maar lange tijd blijft het zicht niet meer dan de helft van dat. Pas als ik voorbij de pijler kom klaart het zicht iets op. Onderweg heb ik al wel wat Tubularia gezien en de pijlers staan goed vol. Ze hangen vol met lange eierstrengen en ik blijf ze fascinerend vinden. Het is jammer dat deze periode niet langer duurt.


Op de bodem zie ik verschillende eiersnoeren van onder meer de Rosse Sterslak, de Geitodoris Plananta en op de Tubularia zitten eieren van de Slanke Waaierslak, al zie ik van de slakken alleen een paar Rosse Sterslakken zitten. Een eindje verder zie ik in een Zeecipres een eiersnoer van een Zilverblauwe Knotsslak. Als ik op zoek ga naar het diertje blijkt het een eindje boven de eiren op dezelfde Zeecipres te zitten en is maar een paar millimeter groot. Doordat de Zeecipressen behoorlijk op de stroming staan is het lastig fotograferen. Het slakje gaat maar een paar centimeter op en neer in de stroming, maar dat is genoeg om de focus van mijn camera regelmatig het bos in te sturen. Ik krijg er een paar redelijke opnames uit, maar opnieuw blijkt wel dat een fatsoenlijke macrolens in Nederland onontbeerlijk is. Ik heb gelukkig mijn Snoot op de flitser staan en dat scheelt een berg zweefvuil in de foto's.  

Van de opnames van de Tubularia zijn er een paar wel mooi gelukt. Ik krijg hierdoor een aantal ideeën voor een mooie compositie. Volgende week dus terug naar de brug.

Als ik na de afgesproken 45 minuten weer op de kant sta komt Pamela net aangelopen. Mijn verbruik was een 50 bar bij een maximale diepte van 6 meter.