Duik 856 Preekhilpolder

Pamela houdt een duikje vrijaf en blijft lekker luieren in het zonnetje aan boord. Ik maak lekker een duikje alleen, in alle rust kan ik de stek verkennen. De schipper heeft de boot vlak voor de strekdam op de punt gelegd en die stond vorig jaar al helemaal vol met grote anjelieren. Toen ik hier ruim 10 jaar geleden mijn eerste duik maakte samen met Jeroen Bouwens had nog niemand van onze club hier gedoken. We hebben toen de duikstek verkend en voor het eerst opgenomen in onze Duikwijzer.

We ontdekte op de zandplaat in de oude dijkval op 7 meter diepte een gezonken houten sloep. Ik besluit om vandaag eens te gaan kijken wat daar na 10 jaar van over is. Het is vanaf de strekdam best een eindje zwemmen maar het zicht is op sommige stukken uitstekend. Onderwater is het wel veel van hetzelfde, maar op zich is het best een leuke duikstek. Halverwege schrik ik me dood als ik bijna tegen een enorme paal aan zwem. 3 meter verder staat er nog een. Hier heeft ooit wel eens een enorme fuik aan gehangen maar de palen zijn helemaal overwoekerd met zakpijpen en mosselen, een teken dat er al geruime tijd geen net meer aan de palen heeft gehangen. Ik zie ook hier veel Zeedonderpadden, en veel puitalen. Aan de mooie heldere tekening is duidelijk te zien dat de paaitijd er aankomt. Ook de botervisjes krijgen fellere kleuren en de zwarte stippen op de rugvin worden donkerder. Ook voor hen komt de belangrijkste tijd van het jaar er weer aan. De stek is toch wel wat veranderd de laatste jaren, en ik vergis me een paar keer als de oesters overgaan in zand. De laaste jaren is de boei verplaats en dit heeft er voor gezorgd dat er en groot stuk is ontdaan van oesters. In de directe omgeving van de boei liggen op de bodem grote kluwen met mosselen die bij ruw weer van de ketting zijn af geslagen. Wanneer uiteindelijk de oesters
definitief naar rechts wijken zwem ik de zandplaat op en houd 7 meter aan. Na ongeveer 20 meter kom ik de sloep tegen. Deze is echter compleet overwoekerd door Japanse oesters, sponzen en zakpijpen. Ik begin bijna te twijfelen of dit wel het wrakje is, maar als ik van dichtbij kijk zie ik hier en daar nog een stukje van een plank. De zijkanten zijn helemaal ingestort en het hout is voor het grootste gedeelte weggerot. Na een tweede rondje over het wrakje zwem ik terug en eenmaal terug boven de strekdam vind de accu van mijn camera dat het genoeg is geweest. Na 64 minuten en een maximum diepte van 10 meter klim ik voldaan terug de trap van De Panda op.